ECLI:NL:RBDHA:2017:15302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Afghaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico bij terugkeer
Eiser, een minderjarige Afghaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege mishandeling door zijn stiefvader, gedwongen betrokkenheid bij de Taliban en het overlijden van zijn moeder en zus, gevaar loopt bij terugkeer naar Afghanistan.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de deelname aan de Jihad en de omstandigheden rond het overlijden van zijn moeder en zus. De rechtbank bevestigde deze beoordeling en vond de verklaringen van eiser tegenstrijdig en niet aannemelijk.
Daarnaast kon eiser niet aantonen dat hij behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep die een reëel risico loopt op ernstige schade. Ook het specifieke beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen was niet van toepassing omdat eiser niet jonger was dan vijftien jaar bij aanvraag.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige Afghaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning afgewezen wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade.