ECLI:NL:RBDHA:2017:15574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboete wegens niet aangegeven inkomsten uit hennephandel
Eiser exploiteert een growshop en werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2010, gebaseerd op een integrale controle waarbij hennep en contant geld werden aangetroffen. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser inkomsten uit hennephandel niet heeft aangegeven, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard.
Eiser stelde dat het contante geld voortkwam uit leningen en vooruitbetalingen, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting en dat eiser niet overtuigend heeft aangetoond dat de aanslagen onjuist zijn. Het beroep tegen de aanslagen werd daarom ongegrond verklaard.
De vergrijpboete van vijftig procent werd passend geacht vanwege (voorwaardelijk) opzet. Gezien de omkering van de bewijslast en overschrijding van de redelijke termijn werd de boete verminderd tot €13.441. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen de boetebeschikking werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen navorderingsaanslagen ongegrond, boete verminderd tot €13.441 en proceskostenvergoeding toegewezen.