ECLI:NL:RBDHA:2017:15615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een eerste asielaanvraag in januari 2016 in, welke werd afgewezen. Na een verzoek om internationale bescherming in Duitsland werd hij in juni 2017 teruggenomen naar Nederland, waar zijn opvolgende asielaanvraag werd ingediend. Verweerder verklaarde deze opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen en legde een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser voerde onder meer aan dat een nieuw FMMU-advies had moeten worden opgesteld en dat hij medische beperkingen had, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet noodzakelijk was en dat het gehoor ordentelijk had plaatsgevonden. De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas geen nieuwe feiten bevatte ten opzichte van de eerdere aanvraag en dat de aanvullende problemen met de schoonvader niet tijdens het gehoor waren genoemd, waardoor deze niet als nieuw relevant element konden worden beschouwd.
Verder oordeelde de rechtbank dat Afghanistan niet voldoet aan de criteria van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3, van de Vreemdelingenwet 2000 (geen 15c-situatie). Het aangevoerde krantenartikel bood onvoldoende aanleiding om af te wijken van het ambtsbericht en VN-rapporten. Ook de stelling dat eiser geen sociaal netwerk meer heeft in Afghanistan werd verworpen, mede omdat tijdens het gehoor bleek dat pleegouders en ex-vrouw nog in leven zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.