ECLI:NL:RBDHA:2017:15650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van homoseksualiteit uit Cuba
Eiser, een Cubaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in Cuba. Hij stelde dat hij werd gediscrimineerd, gevolgd en mishandeld door politiefunctionarissen en dat zijn maatschappelijke positie onhoudbaar was geworden.
Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat niet was aangetoond dat eiser persoonlijk een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank overwoog dat hoewel de situatie voor LHBT’s in Cuba niet perfect is, er geen sprake is van strafbaarheid van homoseksualiteit en dat wettelijke bescherming tegen discriminatie bestaat.
De rechtbank achtte de verklaringen van eiser onvoldoende om te concluderen dat zijn bestaansmogelijkheden zodanig beperkt zijn dat hij niet kan functioneren in Cuba. Het feit dat eiser niet is ontzegd in onderwijs, werk, huisvesting of gezondheidszorg en dat hij geen bewijs leverde van stelselmatige vervolging, leidde tot de conclusie dat het beroep ongegrond is.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. Ghrib op 21 december 2017. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.