ECLI:NL:RBDHA:2017:1567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Marokkaanse man, had een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij partner die werd ingetrokken omdat hij niet meer samenwoonde met zijn partner. Na verschillende besluiten en procedures diende hij een asielaanvraag in op grond van risico op schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn homoseksuele gerichtheid.
De asielaanvraag werd afgewezen omdat de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid gezien tegenstrijdige en summiere verklaringen over zijn bewustwordingsproces, relaties en mishandelingen. Ook het late indienen van de aanvraag en beperkte kennis over rechten van homoseksuelen in Nederland en Marokko wegen mee.
Eiser kon onvoldoende toelichting geven op verband tussen traumatische jeugdverkrachtingen en zijn seksuele gerichtheid. Ondanks eerdere vergunningverlening in 2005 acht de rechtbank de huidige verklaringen onvoldoende consistent en coherent.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid wordt ongegrond verklaard.