ECLI:NL:RBDHA:2017:15676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende onderzoek schijnhuwelijk
Eiseres en haar kinderen vroegen een verblijfsdocument EU/EER aan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen op grond van een vermoeden van een schijnhuwelijk met referent. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke samenwoning en het gezinsleven in België, terwijl eiseres bewijs en getuigenverklaringen had overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht, het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden door eiseres niet te horen over het bezwaar en onvoldoende feitenonderzoek te verrichten, met name over het verblijf en gezinsleven in België. Tevens was de maatstaf voor het verblijf in België onjuist toegepast.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen, met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht aan eiseres vergoeden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.