ECLI:NL:RBDHA:2017:15695
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- G.P. Verbeek
- O. van den Burg
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens onvoldoende gronden en misbruik van procesrecht
Verzoekster, gedetineerd en verdacht van stalking en bedreiging, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die haar had gehoord bij de vordering tot inbewaringstelling. Het verzoek werd behandeld door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag op 6 december 2017, waarbij verzoekster werd vertegenwoordigd door haar raadsman. De rechter-commissaris en de officier van justitie waren niet aanwezig.
Verzoekster stelde dat zij enorme tegenwerking ervaart en vreesde dat de rechter-commissaris had overlegd met een eerder gewraakte collega en het dossier onvoldoende had bestudeerd. De wrakingskamer oordeelde dat de gronden die pas ter zitting werden aangevoerd niet ontvankelijk waren wegens te late indiening. De overige gronden waren onvoldoende onderbouwd, aangezien een algemene stelling van tegenwerking niet volstaat.
De wrakingskamer wees het verzoek af en stelde dat het indienen van een wrakingsverzoek zonder gegronde redenen, kort na een eerdere wraking, misbruik van procesrecht vormt. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in deze strafzaak. De zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en wrakingsverbod opgelegd wegens onvoldoende onderbouwing en misbruik van procesrecht.