ECLI:NL:RBDHA:2017:15718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 12 september 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder asielaanvragen in Frankrijk en Duitsland had ingediend, welke waren afgewezen.
Eiser voerde aan dat terugzending naar Frankrijk zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, omdat hij vreest uitgezet te worden naar Eritrea, zijn land van herkomst dat hij illegaal heeft verlaten. Nederland voert een beleid waarbij deze groep niet wordt uitgezet naar Eritrea en dient daarom het verzoek aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelde dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag vertrouwen op Frankrijk, dat heeft ingestemd met terugname. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat Frankrijk internationale verplichtingen niet zal naleven. Het feit dat eerdere aanvragen in Frankrijk zijn afgewezen, verandert hier niets aan. Ook het ontbreken van klachten over opvang tijdens het gehoor weegt mee.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.