ECLI:NL:RBDHA:2017:15833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, een gezin van Libische nationaliteit met minderjarige kinderen, dienden asielaanvragen in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat de bijzondere kwetsbaarheid van het gezin en medische klachten onvoldoende in het overnameverzoek waren vermeld en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was om informatie over de gezinssamenstelling en medische klachten in het overnameverzoek te vermelden, omdat deze informatie pas relevant is bij de overdracht en niet bij de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat. Tevens werd geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en dat er geen reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht naar Italië.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en het EHRM-arrest Tarakhel, waarin werd bevestigd dat Italië gezinnen met minderjarige kinderen adequaat opvangt. Eisers hadden geen concrete informatie aangeleverd die twijfel aan dit uitgangspunt rechtvaardigt. De staatssecretaris gaf aan medische gegevens en gezinssamenstelling expliciet door aan Italië en zal overdracht opschorten indien Italië niet aan de behoeften kan voldoen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 7 december 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is ongegrond verklaard.