ECLI:NL:RBDHA:2017:15835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek minderjarige Hazara uit Afghanistan wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken 15c-situatie
Eiser, een minderjarige Afghaanse Hazara, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege mishandeling door een oom en etnische vervolging moest vluchten. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder zijn minderjarigheid en het orthopedagogisch rapport. Het asielrelaas werd echter als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in de verklaringen van eiser.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de Hazara in Mazar-i-Sharif geen kwetsbare minderheid vormen en dat de situatie in Afghanistan niet voldoet aan de criteria voor een uitzonderlijke geweldssituatie (artikel 15c Definitierichtlijn). De individuele problemen van eiser waren incidenteel en onvoldoende zwaarwegend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en het ontbreken van een uitzonderlijke geweldssituatie.