Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Procesverloop
Verdere beoordeling van het geschil
Beslissing
mr. D.M. Drok, leden, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2017.
Rechtbank Den Haag
De inspecteur legde aan eiseres navorderingsaanslagen IB/PVV op voor meerdere jaren vanwege in het buitenland aangehouden vermogen, waaronder bankrekeningen in het Verenigd Koninkrijk en op de Isle of Man. De rechtbank verwees naar eerdere arresten van de Hoge Raad en oordeelde dat de standstill-bepaling uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) van toepassing is op het banktegoed op de Isle of Man. Hierdoor mocht de inspecteur navorderingsaanslagen opleggen voor dat vermogen.
Tegelijkertijd vond de rechtbank dat de inspecteur niet voortvarend heeft gehandeld met betrekking tot het banktegoed in het Verenigd Koninkrijk, waardoor de navorderingsaanslagen voor dat deel verminderd moesten worden. De rechtbank baseerde de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen op door de gemachtigde aangeleverde stukken en hield geen rekening met aftrek elders belast of heffingsvrij vermogen.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.854, en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 6 november 2017.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen IB/PVV worden verminderd voor het banktegoed in het Verenigd Koninkrijk, maar blijven in stand voor het tegoed op de Isle of Man.