ECLI:NL:RBDHA:2017:16258

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2017
Publicatiedatum
2 februari 2018
Zaaknummer
AWB 17/16570
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbDublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitse autoriteiten in asielprocedure

Verzoeker, van Libische nationaliteit, heeft op 10 november 2017 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 14 december 2017 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het overdrachtsbesluit van 10 augustus 2017.

Verzoeker maakte bezwaar tegen de voorgenomen overdracht aan Duitsland en verzocht om een voorlopige voorziening om de overdracht te verbieden totdat op het bezwaar is beslist. Verzoeker voerde aan dat hij in Duitsland gevaar loopt, dat er geen inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag heeft plaatsgevonden, dat hij psychische problemen heeft en dat er geen fit-to-fly keuring is uitgevoerd.

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd is tot overdracht op grond van het eerder vaststaande overdrachtsbesluit. Het enkele feit dat verzoeker rechtsmiddelen wil instellen, schort de geldigheid van dit besluit niet op. De psychische problemen zijn onvoldoende onderbouwd met medische stukken, en er is geen medische noodzaak voor een fit-to-fly keuring of medische escort.

De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen de overdracht geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland is afgewezen wegens gebrek aan redelijke kans van slagen van het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 17/16570
uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 20 december 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

geboren op [geboortedatum], van Libische nationaliteit,
gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils.

Procesverloop

Op 18 december 2017 heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat hij op 21 december 2017 zal worden overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Verweerder heeft daarvoor een vlucht geboekt op 21 december 2017 om 12.50 uur van Amsterdam naar Nuremberg.
Verzoeker heeft op 19 december 2017 bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overdracht en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de overdracht te verbieden totdat op het bezwaar is beslist.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken op 19 december overgelegd en in reactie daarop heeft verzoeker aanvullende gronden ingediend.
Op 20 december 2017 heeft verweerder per e-mail zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

In zijn bezwaarschrift alsmede in het verzoek om een voorlopige voorziening van 19 december 2017 stelt verzoeker dat hij op 10 november 2017 een asielaanvraag heeft ingediend in Nederland en dat hij de behandeling van die aanvraag in Nederland wil afwachten.
Uit de door verweerder overgelegde stukken blijkt dat de aanvraag van 10 november 2017 bij besluit van 14 december 2017, onder verwijzing naar het besluit in eisers eerste asielprocedure van 10 augustus 2017, niet in behandeling is genomen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Duitsland is verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag.
In de aanvullende gronden van 19 december 2017 stelt verzoeker dat er geen inhoudelijke beoordeling van zijn asielaanvraag heeft plaatsgevonden. Hij loopt juist in Duitsland gevaar. Tevens is hij voornemens rechtsmiddelen in te stellen tegen het besluit van verweerder van 14 december 2017. Daarnaast heeft hij psychische problemen en is er geen fit-to-fly keuring uitgevoerd.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat de bevoegdheid om verzoeker over te dragen aan Duitsland voortvloeit uit het overdrachtsbesluit van 10 augustus 2017. Dit besluit staat in rechte vast. Dat verzoeker een herhaalde asielaanvraag heeft ingediend op 10 november 2017, laat de rechtsgeldigheid van het overdrachtsbesluit onverlet. Bovendien is genoemde aanvraag op 14 december 2017 niet in behandeling genomen. De enkele stelling dat verzoeker voornemens is rechtsmiddelen in te stellen, maakt dat niet anders. Een rechtsmiddel schort de geldigheid van het overdrachtsbesluit namelijk niet op.
De enkele stelling dat verzoeker psychische problemen heeft, acht verweerder zonder nadere onderbouwing niet van belang. Wat hierover door verzoeker is aangevoerd, is immers reeds betrokken bij de besluitvorming op zijn asielaanvragen. Bovendien heeft verweerder van de hoofdbehandelaar van CTP Veldzicht, waar verzoeker op dit moment verblijft, heeft medegedeeld dat er geen behandeling van verzoeker plaatsvindt, dat er ook geen medische overdracht plaats hoeft te vinden en dat er geen medische escort hoeft mee te reizen. Voor een fit-to-fly keuring zijn geen aanwijzingen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat hij, gelet op het overdrachtsbesluit van 10 augustus 2017, bevoegd is om eiser over te dragen aan de Duitse autoriteiten. Dat eiser voornemens is rechtsmiddelen in te stellen tegen verweerders besluit van 14 december 2017, doet daar niet aan af.
De stelling dat er sprake is van psychische problemen die aan overdracht in de weg staan, kan evenmin tot een ander oordeel leiden, nu deze niet met medische stukken is onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar tegen de feitelijke overdracht aan Duitsland dan ook geen redelijke kans van slagen en bestaat er geen aanleiding toe te staan dat verzoeker de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2017.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.