ECLI:NL:RBDHA:2017:16264

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 december 2017
Publicatiedatum
2 februari 2018
Zaaknummer
NL17.13536 en NL17.13538
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Verordening (EU) 604/2013VluchtelingenverdragVerdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen terugwijzing asielaanvragen naar Polen op grond van Dublinverordening

Eisers, burgers van Belarus, hebben op 31 augustus 2017 in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat Nederland de behandeling aan zich had moeten trekken vanwege concrete aanwijzingen dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt.

De rechtbank stelt vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt tussen Nederland en Polen, en dat eisers onvoldoende hebben bewezen dat Polen tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen. De Poolse autoriteiten hebben de terugnameverzoeken uitdrukkelijk geaccepteerd, waardoor zij verantwoordelijk zijn voor de asielprocedure. Eisers konden hun asielmotieven bij de Poolse autoriteiten naar voren brengen.

De rechtbank weegt ook de aangevoerde rapporten en artikelen over de situatie in Polen en Belarus, maar concludeert dat deze geen concrete aanwijzingen bevatten dat Polen de asielprocedure voor Dublinclaimanten schendt of dat eisers risico lopen op indirect refoulement. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat adequate medische zorg in Polen ontbreekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de terugwijzing van hun asielaanvragen naar Polen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.13536 en NL17.13538

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2017 in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedatum],
burger van Belarus,
eiser,
[eiseres],
geboren op [geboortedatum],
burger van Belarus,
eiseres,
tezamen eisers,
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van 23 november 2017 (de bestreden besluiten).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL17.13537 en NL17.13539, plaatsgevonden op 14 december 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen S.V. Perfilyeva. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers hebben op 31 augustus 2017 in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvragen. Op 27 september 2017 hebben de Poolse autoriteiten ingestemd met de verzoeken van verweerder eisers terug te nemen.
2. Eisers voeren aan dat verweerder de verzoeken van eisers om internationale bescherming op grond van artikel 17, eerste lid, van de Verordening (EU) 604/2013 (Dublinverordening) aan zich dient te trekken. Zij mogen niet aan Polen worden overgedragen, omdat er concrete aanwijzingen zijn dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
3. Niet in geschil is dat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers. Het geschil beperkt zich tot de vraag of Nederland de behandeling van de aanvragen van eisers aan zich had moeten trekken.
4. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten opzichte van Polen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat in dit geval Polen zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers hierin niet geslaagd.
5. De Poolse autoriteiten hebben met de uitdrukkelijke acceptatie van de terugnameverzoeken de verplichting op zich genomen de asielaanvragen van eisers in behandeling te nemen. Eisers kunnen hun asielmotieven dan ook bij de Poolse autoriteiten naar voren brengen en deze zullen bij de beoordeling worden betrokken. Het betoog van eisers dat het rechtssysteem in Belarus ernstige tekortkomingen kent en de onderbouwing hiervan met het ‘USDOS Country report on Human Rights practices 2016- Belarus’ van 3 maart 2017 treft dan ook geen doel. Voor zover eisers bij terugkeer in Polen eventuele problemen zullen ondervinden, heeft verweerder er terecht op gewezen dat eisers zich hiervoor kunnen wenden tot de (hogere) Poolse autoriteiten. Niet is gebleken dat zij eisers niet kunnen of willen helpen.
6. Eisers hebben hun gestelde vrees voor (indirect) refoulement door de Poolse autoriteiten niet aannemelijk gemaakt. Ten aanzien van de door eisers overgelegde stukken [1] ter onderbouwing van hun stelling heeft verweerder terecht overwogen dat deze geen betrekking hebben op de situatie van eisers. Deze artikelen beschrijven de situatie van asielzoekers die via Belarus Polen proberen in te reizen en bij de grens worden teruggestuurd zonder in de gelegenheid te worden gesteld om een asielaanvraag in te dienen. Hieruit blijkt niet dat ook aan Dublinclaimanten, asielzoekers die op grond van de Dublinverordening door Polen worden teruggenomen, een asielprocedure wordt ontzegd en dat Polen ten aanzien van deze groep asielzoekers zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Evenmin hebben eisers met het rapport van het UN Committee Against Torture van 22 mei 2011 en het nieuwsbericht van Radyjo van 6 maart 2012 aannemelijk gemaakt dat nu, meer dan vijf jaar later, in Polen sprake is van ernstige systeemfouten in de asielprocedure.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat eisers met het AIDA Country Report Poland, update 2016, niet aannemelijk hebben gemaakt dat eiseres in Polen geen adequate medische zorg zal kunnen ontvangen indien nodig.
8. De slotsom is dat verweerder zich terecht met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel op het standpunt heeft gesteld dat ervan kan worden uitgegaan dat Polen zijn verdragsverplichtingen zoals vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet zal schenden.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2017.
Griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.artikel van Amnesty International ‘Poland: EU should tackle unsafe returns to Belarus’ van 5 juli 2017 en artikel uit de Daily Mail ‘Poland criticized for returning asylum-seekers to Belarus, van 1 maart 2017.