Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2017 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
21 november 2017.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, geboren in 1958 en van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een visum kort verblijf aan om tijdelijk voor haar zieke ouders in Nederland te zorgen. Verweerder wees de aanvraag af wegens gegronde vrees dat eiseres niet tijdig terugkeert, mede omdat zij eerder langer dan toegestaan in Nederland verbleef en procedures voerde voor een verblijfsvergunning.
Eiseres stelde dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had op basis van eerdere visumverleningen en dat zij noodzakelijk was voor de zorg van haar ouders. De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft en dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij een voldoende sociale en economische binding met Marokko heeft om tijdige terugkeer te garanderen.
De rechtbank vond dat het ontbreken van een eigen gezin, het wonen van haar familieleden in Nederland en het ontbreken van werk in Marokko de sociale en economische binding onvoldoende maken. Ook eerdere visumverleningen en het verdriet over het niet kunnen bezoeken van haar vader rechtvaardigen geen ander oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een hoorzitting niet noodzakelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.