ECLI:NL:RBDHA:2017:16280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse Koerd wegens ongeloofwaardig bedreigingsverhaal
Eiser, een Iraakse Koerd, diende een asielaanvraag in met het relaas dat hij vanwege zijn werkzaamheden als bemiddelaar van prostituees bedreigd werd en daarom Irak ontvluchtte.
Verweerder wees de aanvraag af omdat hij het bedreigingsverhaal ongeloofwaardig achtte en oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij een afvallige van de islam was. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid van het relaas en concludeerde dat verweerder het in redelijkheid ongeloofwaardig mocht achten dat eiser bedreigd werd, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van concrete onderbouwing.
Eiser stelde dat de tegenstrijdigheden niet wezenlijk waren en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de bedreigingen ongeloofwaardig waren. De rechtbank vond echter dat de tegenstrijdigheden juist de kern van het relaas betroffen en dat verweerder voldoende redenen had om het relaas te betwijfelen.
Daarnaast bracht eiser een nieuw vluchtmotief aan, namelijk zijn afvalligheid van de islam, maar de rechtbank vond dat dit niet aannemelijk was gemaakt omdat eiser in eerdere verklaringen geen problemen had ondervonden vanwege zijn geloof en dit standpunt niet concreet had onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.