ECLI:NL:RBDHA:2017:16283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse nationaliteit wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht op 18 november 2015 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege een seksuele relatie met een vrouw en bedreigingen door haar vader, die hem had aangegeven bij de Sepah en Basij, werd gezocht om te vechten in Syrië.
Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar verwierp de overige verklaringen als ongeloofwaardig. De rechtbank bevestigde dit oordeel, omdat eiser wisselende en onvoldoende specifieke verklaringen gaf over de relatie en de bedreigingen. Tevens kon hij niet aannemelijk maken dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de vrees om door de Sepah en Basij te worden ingezet in Syrië niet geloofwaardig was, mede omdat eiser hierover vaag en summier verklaarde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.