ECLI:NL:RBDHA:2017:16284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
Eisers, houders van de Chinese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij hun pleegvader, de referent, die in Nederland verblijft met een asielvergunning.
De primaire aanvragen werden afgewezen omdat eisers niet beschikbaar waren voor onderzoek. Na identificerende gehoren op de Nederlandse ambassade in India verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond vanwege het ontbreken van officiële documenten die de familierechtelijke relatie onderbouwen en vanwege tegenstrijdige verklaringen over de rol van de referent in de verzorging en het levensonderhoud van eisers.
Eisers voerden aan dat de verschillen in verklaringen te wijten zijn aan onbegrip en geheugenproblemen, terwijl de referent vermoedde dat kwade opzet een rol speelde. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de gehoren terecht heeft betrokken bij zijn besluitvorming en dat eisers hun gronden onvoldoende hebben onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie.