ECLI:NL:RBDHA:2017:16286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse nationaliteit wegens onvoldoende aannemelijkheid risico terugkeer
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen. Na intrekking van eerdere besluiten en aanvullend medisch advies van het FMMU, waarin werd vastgesteld dat eiser ondanks psychische problemen in staat was te worden gehoord, wees de staatssecretaris de aanvraag opnieuw af op grond van artikel 31 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Eiser voerde aan dat hij niet adequaat gehoord kon worden vanwege psychische problemen en stelde dat sprake was van detournement de pouvoir. De rechtbank oordeelde dat het FMMU-advies zorgvuldig was opgesteld en dat geen aanvullend psychologisch onderzoek nodig was. De verklaringen van eiser waren niet zodanig incoherent dat ze niet gebruikt konden worden voor besluitvorming.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep tegen het bestreden besluit is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico bij terugkeer.