ECLI:NL:RBDHA:2017:16288

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 december 2017
Publicatiedatum
7 februari 2018
Zaaknummer
NL17.14312
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen weigering overname asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 8 september 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 29 november 2017 de aanvraag niet aan zich te trekken, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.

De kern van het geschil betrof de vraag of de medische situatie van eiser zodanig was dat Nederland de behandeling van de asielaanvraag moest overnemen. Uit het patiëntendossier van 6 december 2017 bleek dat eiser niet onder medische behandeling stond en dat Italië dezelfde medische voorzieningen biedt als Nederland. De stelling van eiser dat hij in Italië niet adequaat werd geholpen, werd onvoldoende geacht om de overdracht te weigeren.

De rechtbank oordeelde dat er geen medische gronden waren om de asielaanvraag aan zich te trekken, noch aanleiding voor een medisch onderzoek of aanvullende garanties. Verweerder gaf aan dat eiser kort voor overdracht een fit-to-fly-onderzoek zou ondergaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet aan zich te trekken is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.14312
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.G.A. Wever).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 november 2017 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer NL17.14313, in Breda plaatsgevonden op 29 december 2017. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Op 8 september 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Niet in geschil is dat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Ter beoordeling staat of eisers medische omstandigheden maken dat hij niet kan worden overgedragen aan Italië en verweerder daarom de aanvraag aan zich moet trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank stelt vast dat uit het overgelegde patiëntendossier van 6 december 2017 niet blijkt dat eiser op dit moment onder medische behandeling staat. Er zijn daarom geen aanwijzingen dat Nederland het meest aangewezen land is om eiser te behandelen. Bovendien heeft Italië dezelfde medische verzorgingsmogelijkheden als Nederland, zodat eiser zich voor eventuele medische problemen in Italië kan laten behandelen. Eisers stelling dat hij in Italië niet adequaat geholpen werd, is op zichzelf onvoldoende om tot een ander oordeel te kunnen leiden. Nu er ook geen medische informatie is overgelegd waaruit blijkt dat de gezondheidstoestand van eiser in de weg staat aan overdracht, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken, noch om een medisch onderzoek op te starten of aanvullende garanties te vragen. Hierbij wordt volledigheidshalve overwogen dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat eiser kort voor de overdracht een fit-to-fly-onderzoek zal ondergaan.
Het beroep is ongegrond.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.