Eiseres maakte bezwaar tegen de herziene voorschotbeschikkingen kinderopvangtoeslag voor de jaren 2007 en 2008, gedateerd 5 november 2011. Verweerder verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn. Eiseres stelde de beschikkingen niet te hebben ontvangen omdat deze naar haar oude adres waren gestuurd, terwijl zij op een ander correspondentieadres woonde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikkingen naar het juiste bij de Basisregistratie Personen bekende adres zijn verzonden. Het vermoeden van ontvangst op dat adres geldt, tenzij eiseres dit kan weerleggen, wat zij niet is gelukt. Haar stellingen over het niet ontvangen van post en het ontbreken van postdoorgifte waren onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar te laat is ingediend en dat geen uitzonderingen op niet-ontvankelijkheid van toepassing zijn. De inhoudelijke beoordeling van de bezwaren kon daarom niet plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en gaf geen proceskostenveroordeling. Tevens gaf zij aan dat verweerder in overleg met eiseres kan treden over een verzoek tot herziening, waarbij eiseres de bewijslast draagt voor inhoudelijke onjuistheden van de beschikkingen.