ECLI:NL:RBDHA:2017:16326
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.M. de Buur
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument wegens schijnrelatie en onzorgvuldig gehoor niet vastgesteld
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument als gezinslid van een gemeenschapsonderdaan. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnrelatie, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van eiser en de referente tijdens een gehoor op 8 februari 2017.
De rechtbank toetste of het horen van partijen zorgvuldig was en oordeelde dat de duur en aard van het gehoor niet onzorgvuldig waren. De enkele duur van het gehoor en de vermeende intimidatie waren onvoldoende onderbouwd om het gehoor te verwerpen.
Vervolgens concludeerde de rechtbank dat er voldoende concrete aanwijzingen waren voor een schijnrelatie. Essentiële tegenstrijdigheden in verklaringen over belangrijke gebeurtenissen, zoals verblijf van kinderen en contactmomenten, onderbouwden het besluit van de staatssecretaris.
Het beroep op schending van de hoorplicht faalde omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en geen ander besluit kon opleveren. De rechtbank wees het beroep af en verwierp tevens het verzoek om een voorlopige voorziening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wegens schijnrelatie wordt ongegrond verklaard.