ECLI:NL:RBDHA:2017:16337
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in voorlopige voorziening
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.P. Kleijn, bestuursrechter in de rechtbank Den Haag, in het kader van een voorlopige voorzieningprocedure over een vervallen wachtgelduitkering. Het wrakingsverzoek betrof het uitstel van de mondelinge behandeling van 6 november 2017 naar 13 november 2017, waarbij verzoekster niet aanwezig kon zijn.
De rechtbank oordeelt dat het uitstel een procesbeslissing is die noodzakelijk was om nadere inlichtingen van verzoekster te verkrijgen. Volgens de rechter was de aanwezigheid van verzoekster essentieel voor de beoordeling van het verzoek. Verzoekster stelde dat het uitstel niet rechtsgeldig was omdat zij niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was geïnformeerd, en dat de rechter hierdoor partijdig zou zijn.
De wrakingskamer stelt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat slechts uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Het uitstel van de zitting vormt geen grond voor wraking, tenzij sprake is van een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid, wat hier niet het geval is. Er zijn geen objectieve aanwijzingen dat de rechter de wederpartij bevoordeelde.
De wrakingskamer wijst het verzoek af, bepaalt dat de procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek, en beveelt toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. De beslissing is op 11 december 2017 in het openbaar uitgesproken door drie rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.