ECLI:NL:RBDHA:2017:16341
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in belastingzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de bestuursrechter in een belastingzaak, stellende dat er sprake was van een verschil in bejegening en onvolledigheid van het proces-verbaal. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond.
De bestuursrechter had het onderzoek gesloten met de mogelijkheid tot heropening indien verzoeker binnen twee weken de bereidheid van getuigen kon aantonen. Dit werd als voldoende gelegenheid gezien. Het verschil in bejegening werd niet onderbouwd en het proces-verbaal was uitgebreid en gedetailleerd, waarbij de pleitnota als processtuk was opgenomen.
De wrakingskamer overwoog dat de rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. Geen van de aangevoerde gronden voldeed hieraan. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.