ECLI:NL:RBDHA:2017:16342
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in asielzaak wegens ontbreken schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die de asielzaak behandelde. Verzoeker stelde dat de bestuursrechter de schijn van partijdigheid had gewekt door ter zitting de stelling van verweerder dat Facebook-data geantidateerd kunnen worden, voor waar aan te nemen. Tevens werd aangevoerd dat de bestuursrechter de gemachtigde van verzoeker had onderbroken en niet naar overgelegde stukken had gekeken.
De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld en overwogen dat uit de aangevoerde feiten niet kan worden afgeleid dat de bestuursrechter de stelling van verweerder voor waar heeft aangenomen. De bestuursrechter heeft slechts het algemene standpunt van verweerder in asiel-bekeringszaken weergegeven en de regiefunctie uitgeoefend door de gemachtigde te onderbreken. Er was geen sprake van partijdigheid of de schijn daarvan.
Op grond van artikel 6 EVRM Pro geldt een vermoeden van onpartijdigheid van rechters, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn. Die zijn hier niet gebleken. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van de schijn van partijdigheid.