ECLI:NL:RBDHA:2017:16343
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 1 september 2017 vond een terechtzitting plaats bij de politierechter in Den Haag, waarbij de verdachte verscheen. Tijdens deze zitting werd de politierechter door de verdachte gewraakt wegens vermeende vooringenomenheid, onder meer omdat de rechter hem meerdere malen onderbrak en hem aansprak op het gebruik van zijn mobiele telefoon.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 18 september 2017. De politierechter en de officier van justitie gaven aan dat de onderbrekingen bedoeld waren om de orde te bewaren en dat het gebruik van de mobiele telefoon in de zittingszaal verboden is. Ook werd toegelicht dat de politierechter wettelijk niet bevoegd is om een psychisch onderzoek van de aangeefster te bevelen en dat het horen van de aangeefster zonder directe confrontatie met de verdachte conform de wet is.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen zijn die wijzen op vooringenomenheid of partijdigheid van de politierechter. Processuele beslissingen van de rechter zijn niet onbegrijpelijk en vormen geen grond voor wraking. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.