ECLI:NL:RBDHA:2017:16348
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Op 20 juni 2017 vond een comparitie plaats tussen verzoeker en belanghebbende, waarbij verzoeker de kantonrechter ter zitting wrakingsverzoek indiende wegens vermeende belediging, intimidatie en onderscheid naar ras en kleur. De kantonrechter had verzoeker aangesproken op zijn luide toon en ongepast gedrag om de orde te bewaren.
De wrakingskamer heeft het verzoek schriftelijk en mondeling behandeld, waarbij geen van de partijen ter zitting verscheen. Verzoeker stelde dat de kantonrechter hem niet voldoende gelegenheid gaf zijn verweer te voeren en partijdig was. De kantonrechter ontkende deze beschuldigingen en benadrukte dat beide partijen voldoende gelegenheid hadden gekregen om hun standpunten uiteen te zetten.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die objectief de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het aanspreken van verzoeker om de orde te bewaren is geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Ook was er geen bewijs van discriminatie. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.