ECLI:NL:RBDHA:2017:16351
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens late motivering en feiten
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter R.C.H.M. Lips tijdens een zitting op 19 mei 2017. De motivering en de feiten waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd, werden echter pas later, op 22 juni 2017, schriftelijk ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk is omdat het verzoek niet tijdig en gemotiveerd werd ingediend, zoals vereist volgens artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het wrakingsinstituut vereist onmiddellijke indiening van de gronden om de schijn van partijdigheid direct te kunnen adresseren.
Verzoeker kon geen rechtvaardiging geven voor de vertraging in het aanvoeren van de wrakingsgronden. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en het hoofdproces voort te zetten in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het ontbreken van tijdige motivering en feiten.