Partijen, ex-echtgenoten en ouders van twee minderjarige kinderen, zijn in geschil geraakt over de verdeling van de meivakantie 2017. Zij hadden een ouderschapsplan gesloten waarin is afgesproken de vakanties gelijk te verdelen. De moeder vordert nakoming van deze regeling door de vader, die zich verzet tegen de vordering.
De rechtbank stelt vast dat de vader onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden een afwijking van de regeling rechtvaardigen. Zijn werkrooster en de problemen met zijn appartement vormen geen geldige reden om de zorgregeling te wijzigen. De moeder heeft haar verlof tijdig geregeld en kan niet nogmaals vrij nemen in de tweede week van de meivakantie.
De vordering tot nakoming van de zorgregeling voor de meivakantie wordt toegewezen, terwijl de vordering voor de kerstvakantie wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid. Partijen hebben afgesproken mediation te starten om toekomstige geschillen op te lossen. De rechtbank wijst de vordering tot dwangsom af vanwege de verstoorde communicatie en het belang van de kinderen. Elke partij draagt haar eigen proceskosten.