ECLI:NL:RBDHA:2017:16575
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige naar Ethiopië toegekend
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk gezaghebbend over hun minderjarige kind, zijn in geschil over toestemming voor een vakantie naar Ethiopië. De moeder vordert vervangende toestemming om met de minderjarige van 20 juli tot 17 augustus 2017 naar Addis Ababa te reizen. De vader weigert toestemming te geven vanwege veiligheidszorgen en vermoedens van religieuze indoctrinatie.
De rechtbank overweegt dat hoewel Ethiopië een onveilig land is volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de hoofdstad Addis Ababa relatief veilig is en de moeder en minderjarige bij familie verblijven die de situatie kennen. De vader heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat de reis onveilig is of dat de minderjarige niet zal terugkeren. Verdachtmakingen over religieuze indoctrinatie worden gepasseerd wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank wijst de vordering toe en verleent vervangende toestemming. Ten aanzien van de proceskosten oordeelt de rechtbank dat de moeder de vader zonder overleg voor een voldongen feit stelde door reeds tickets te boeken, wat niet getuigt van respect voor zijn positie. De procedure is mede het gevolg van gebrekkige communicatie tussen partijen, waardoor ieder zijn eigen kosten draagt. De rechtbank benadrukt het belang van herstel van het contact tussen vader en kind na de vakantie.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de minderjarige naar Ethiopië te reizen; partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.