ECLI:NL:RBDHA:2017:16608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 augustus 2017
Publicatiedatum
26 juli 2018
Zaaknummer
C/09/503372 / HA ZA 16-61
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 EEX-verordening 1215/2012Art. 54 EEX-verordening 1215/2012Art. 45 EEX-verordening 1215/2012
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding zaak vanwege ontbrekende stukken en nadere uitlatingen partijen

In deze civiele bodemzaak tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Den Haag de procedure aangehouden omdat essentiële stukken ontbreken. Gedaagde heeft een vonnis van het Harju County Court overgelegd met een certificaat krachtens de EEX-verordening, maar de vonnissen van het Tallinn Circuit Court en het Supreme Court ontbreken. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen of het buitenlandse vonnis gezag van gewijsde heeft.

De rechtbank beveelt gedaagde om de ontbrekende stukken alsnog in te brengen en zijn stellingen nader te onderbouwen binnen het kader van de EEX-verordening. Eiseres krijgt vervolgens de mogelijkheid om hierop te reageren en haar stellingen ook nader toe te lichten. Daarna kan gedaagde weer reageren op de aanvullingen van eiseres.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan, waaronder de vraag of er nog vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) moeten worden gesteld. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 22 november 2017 voor de indiening van de stukken door gedaagde en een reactie van eiseres op 20 december 2017. Het vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en op 30 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan vanwege ontbrekende buitenlandse vonnissen en geeft partijen gelegenheid tot nadere uitlatingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/503372 / HA ZA 16-61
Vonnis van 30 augustus 2017
in de zaak van
[eiseres],
voorheen geheten [naam],
wonende te [woonplaats 1],
eiseres,
advocaat mr. S.W. van Zijll te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2], Estland,
gedaagde,
advocaat mr. M. Verhagen te Rotterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis van 30 november 2016, met de daarin genoemde producties;
  • de akte van gedaagde, met producties;
  • de akte van eiseres;
  • de antwoordakte van gedaagde;
  • de antwoordakte van eiseres.
1.2.
Ten slotte is de datum voor het tussenvonnis bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Gedaagde heeft bij genoemde akte als productie 2 een afschrift van het vonnis van het Harju County Court ingediend, voorzien van een certificaat krachtens artikel 53/54 van de (herschikte) EEX-verordening 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De afschriften en bijbehorende certificaten van de vonnissen van het Tallinn Circuit Court en het Supreme Court ontbreken echter. Zonder de betreffende stukken kan de rechtbank niet vaststellen dat aan het vonnis in eerste aanleg van het Harju County Court gezag van gewijsde toekomt. De enkele mededeling van de correspondent van gedaagde volstaat daartoe niet. Voor de toepassing van het stelsel van de EEX-verordening – waar gedaagde zich op beroept – zijn de ontbrekende stukken noodzakelijk. Hij wordt daarom bevolen de ontbrekende stukken alsnog in het geding te brengen. Gedaagde dient verder zijn stellingen nog nader aan te vullen en te zetten in de sleutel van de verordening.
2.2.
Eiseres mag hierop nog reageren en mag desgewenst haar stellingname ook nader aanvullen en (nog meer) in de sleutel van de verordening zetten (vgl. m.n. art 45 ev Pro.).
2.3.
Gedaagde mag op een eventuele aanvulling van de stellingname van eiseres nog reageren.
2.4.
Iedere verdere beslissing, waaronder ook betreffende de vraag of nog vragen aan het IJI moeten worden gesteld, wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 november 2017 voor akte aan de zijde van gedaagde als bedoeld in rov. 2.1.;
3.2.
bepaalt dat eiseres daarop ter rolle van woensdag 20 december 2017 bij akte als bedoeld in 2.2 mag reageren:
3.3.
in het geval eiseres haar stellingen nader aanvult als hiervoor bedoeld, mag gedaagde daarop als bedoeld in 2.3 bij akte reageren;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2017. [1]

Voetnoten

1.type: 2008