Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het vonnis van 30 november 2016, met de daarin genoemde producties;
- de akte van gedaagde, met producties;
- de akte van eiseres;
- de antwoordakte van gedaagde;
- de antwoordakte van eiseres.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele bodemzaak tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Den Haag de procedure aangehouden omdat essentiële stukken ontbreken. Gedaagde heeft een vonnis van het Harju County Court overgelegd met een certificaat krachtens de EEX-verordening, maar de vonnissen van het Tallinn Circuit Court en het Supreme Court ontbreken. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen of het buitenlandse vonnis gezag van gewijsde heeft.
De rechtbank beveelt gedaagde om de ontbrekende stukken alsnog in te brengen en zijn stellingen nader te onderbouwen binnen het kader van de EEX-verordening. Eiseres krijgt vervolgens de mogelijkheid om hierop te reageren en haar stellingen ook nader toe te lichten. Daarna kan gedaagde weer reageren op de aanvullingen van eiseres.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan, waaronder de vraag of er nog vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) moeten worden gesteld. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 22 november 2017 voor de indiening van de stukken door gedaagde en een reactie van eiseres op 20 december 2017. Het vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en op 30 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan vanwege ontbrekende buitenlandse vonnissen en geeft partijen gelegenheid tot nadere uitlatingen.