ECLI:NL:RBDHA:2017:16692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken rechtmatig verblijf als EU-onderdaan zonder werk of voldoende middelen
Eiseres, een Bulgaarse onderdaan, was sinds 2013 in Nederland ingeschreven maar had volgens de staatssecretaris nooit rechtmatig verblijf als EU-onderdaan. Zij had geen arbeid in loondienst of als zelfstandige verricht en was ook geen werkzoekende met reële kans op werk. Eiseres ontving tijdelijk bijstand en leefde deels van het sociaal netwerk, maar dit werd niet als voldoende bestaansmiddelen beschouwd.
Eiseres voerde aan dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, dat zij door medische problemen niet kon werken, en dat intrekking van haar verblijfsrecht onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat het besluit duidelijk was gemotiveerd op basis van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf. Een belangenafweging was niet vereist omdat het ging om de vaststelling van het ontbreken van rechtmatig verblijf.
De rechtbank stelde vast dat geen terugkeerbesluit was opgelegd, maar dat eiseres Nederland binnen vier weken vrijwillig moest verlaten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen rechtmatig verblijf als EU-onderdaan had.