ECLI:NL:RBDHA:2017:1724
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens vermeende ordeverstoring in Zoetermeer
Verweerder, de burgemeester van Zoetermeer, legde aan de minderjarige zoon van verzoekster een gebiedsverbod op voor drie maanden vanwege een vermeende ernstige verstoring van de openbare orde op 28 oktober 2016. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om schorsing of opheffing van het gebiedsverbod.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was onderbouwd. De politie-informatie waarop het besluit was gebaseerd, was summier, ongedateerd, niet ondertekend en niet op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het gebiedsverbod noodzakelijk was, noch dat het proportioneel en subsidiariteitseisen voldeed.
De rechter benadrukte dat een dergelijk ingrijpend gebiedsverbod een deugdelijke motivering vereist, die in dit geval ontbrak. Daarom werd het besluit geschorst tot de beslissing op bezwaar, waarbij verweerder de gelegenheid krijgt het dossier te completeren en de gronden van verzoekster te behandelen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het gebiedsverbod wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en onderbouwing van het besluit.