ECLI:NL:RBDHA:2017:1778
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens weigering uitstel zitting belastingzaak
Verzoekster, een besloten vennootschap, had bezwaar gemaakt tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2014 en belastingrente, dat door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. Tegen dit besluit was beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoekster vroeg uitstel van de zitting wegens onvoldoende voorbereidingstijd, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het buiten de termijn van een week na de uitnodiging was ingediend.
Verzoekster stelde dat door de afwijzing onvoldoende tijd was om deskundige bijstand te regelen en nieuwe stukken in te dienen, en dat de bestuursrechter mogelijk nevenfuncties had die niet waren opgegeven, wat de schijn van partijdigheid zou wekken. De bestuursrechter ontkende dit en gaf aan geen nevenfuncties te hebben.
De wrakingskamer oordeelde dat de weigering van het uitstelverzoek een zuiver procedurele beslissing was en dat geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid bestond. De termijn voor het uitstelverzoek was correct toegepast en er was geen sprake van schijn van partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.