Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2017 in de zaken tussen
[eiseres] , eiseres,
[persoon]en kleindochter
[persoon 2],
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin uit Servië van Roma-achtergrond, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat de asielaanvragen zal behandelen en dat het feit dat Servië als veilig land van herkomst wordt beschouwd, niet betekent dat de individuele situatie van eisers niet zorgvuldig wordt beoordeeld. De rechtbank acht niet aannemelijk dat Duitsland zijn internationale verplichtingen schendt of dat eisers zonder aanvullende garanties geen adequate opvang zullen ontvangen.
Ook het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand in Duitsland wordt niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat de Duitse procedures voorzien in een onafhankelijke toetsing van de kans van slagen van het beroep. De rechtbank ziet geen reden om op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro af te wijken van overdracht.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de overdracht van de asielaanvragen aan Duitsland.