ECLI:NL:RBDHA:2017:1920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, heeft op 23 oktober 2016 asiel aangevraagd in Nederland, maar werd op grond van de Dublinverordening overgedragen aan Duitsland, waar hij eerder asielaanvragen had gedaan. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam de aanvraag niet in behandeling en verzocht Duitsland om terugname van eiser, wat werd geaccepteerd.
Eiser vreesde indirect refoulement en slechte behandeling in Duitsland, waaronder geweld en een streng gezinsbeleid. De rechtbank onderzocht of er sprake was van ernstige, structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat Nederland in beginsel mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Duitsland en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het Duitse systeem tekortschiet. Er waren geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op refoulement of onzorgvuldige asielbeoordeling. Ook de klachten over het asielklimaat en opvang werden niet als zodanig onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De overdracht aan Duitsland kan doorgaan. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening; hoger beroep is mogelijk tegen het hoofdberoep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland wordt bevestigd.