ECLI:NL:RBDHA:2017:2009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over hoofdelijke aansprakelijkheid bij gezamenlijke huishouding in bijstandszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiseres voor terugvordering van bijstand die aan betrokkene is verstrekt. Verweerder stelde eiseres aansprakelijk omdat zij samen met betrokkene een gezamenlijke huishouding zou voeren van 17 december 2009 tot 31 augustus 2015.
Eiseres betwist de gezamenlijke huishouding in de gehele periode en wijst op eerdere besluiten waarin geen gezamenlijke huishouding werd vastgesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat de gezamenlijke huishouding alleen kan worden vastgesteld vanaf 1 januari 2012. Voor de periode daarvoor is onvoldoende bewijs.
De rechtbank concludeert dat eiseres vanaf 1 januari 2012 hoofdelijk aansprakelijk is voor terugvordering van de bijstand. Verweerder krijgt de gelegenheid om op basis van inkomensgegevens een nieuw besluit te nemen, waarbij het recht op bijstand kan worden hersteld indien dat aannemelijk is. De verdere behandeling wordt aangehouden in afwachting van dit besluit. Tegen deze tussenuitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen over terugvordering bijstand vanaf 1 januari 2012 en houdt verdere beslissingen aan.