ECLI:NL:RBDHA:2017:2022
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens niet aangegeven bankrekeningen
Eiseres heeft voor de jaren 2010 tot en met 2012 aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ingediend waarop de aanslagen zijn gebaseerd. Na de aangifte over 2013 stelde verweerder vragen over banktegoeden die in eerdere jaren niet waren aangegeven. Eiseres gaf aan dat drie bankrekeningen abusievelijk niet waren opgegeven door persoonlijke omstandigheden en nalatigheden van banken.
Verweerder legde vervolgens navorderingsaanslagen op over 2010-2012. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een nieuw feit, omdat de banken onjuiste of geen informatie aan verweerder hadden verstrekt en verweerder hiervan pas na het opleggen van de oorspronkelijke aanslagen op de hoogte was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die verweerder hadden moeten doen twijfelen aan de juistheid van de aangiften.
Eiseres voerde aan dat verweerder een onderzoeksplicht had vanwege haar medische situatie en verzoeken om uitstel, maar de rechtbank verwierp dit omdat dit geen aanleiding gaf tot nader onderzoek. De beroepen tegen de navorderingsaanslagen en de bijbehorende heffings- en belastingrente werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010-2012 zijn terecht opgelegd vanwege een nieuw feit.