ECLI:NL:RBDHA:2017:2107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding nareis
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van nareis bij haar echtgenoot, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had gekregen. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning was ingediend.
Eiseres betoogde dat de termijn onbekend was bij haar echtgenoot, dat hij de folder met informatie niet had gezien en dat de situatie in het oorlogsgebied het onmogelijk maakte om tijdig te handelen. Tevens stelde zij dat de Staatssecretaris geen gunstiger voorwaarden had geschapen zoals vereist door de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de drie maanden termijn een wettelijk vereiste is en dat er geen grond is voor versoepeling. De echtgenoot droeg zelf de verantwoordelijkheid om zich te informeren en was geïnformeerd via een folder. De omstandigheden van eiseres in Syrië en het niet lezen van de folder zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Het beroep op de preambule van de richtlijn faalde omdat de lidstaten de termijn kunnen stellen en handhaven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening van de aanvraag binnen de drie maanden nareistermijn.