ECLI:NL:RBDHA:2017:2171
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens Dublin-overdracht naar Duitsland
Eiser, een Iraakse asielzoeker, heeft op 17 september 2016 in Nederland asiel aangevraagd. De Nederlandse staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft zijn aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Duitsland had de overdracht geaccepteerd.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en verwees naar het arrest M.S.S. van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat volgens hem een vergaande onderzoeksplicht voor lidstaten inhoudt. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet concreet had aangetoond dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet zou nakomen of dat er sprake was van systeemfouten in Duitsland die zouden leiden tot onmenselijke behandeling.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het kennelijk ongegrond. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening om de overdracht te verbieden werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.