ECLI:NL:RBDHA:2017:2236

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2017
Publicatiedatum
9 maart 2017
Zaaknummer
C/09/528217 / KG ZA 17/289
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering verlenging termijn ontvangst stemdocumenten Tweede Kamerverkiezingen

In deze kortgedingprocedure hebben 154 kiesgerechtigde Nederlanders woonachtig in het buitenland gevorderd dat de termijn waarbinnen zij hun stemdocumenten voor de Tweede Kamerverkiezingen moeten ontvangen, wordt verlengd. De eisers stelden dat de huidige termijn onvoldoende was om hun stem uit te brengen.

De voorzieningenrechter heeft na behandeling van de zaak op 7 maart 2017 het gevorderde afgeworpen. De motivering van het vonnis volgt in een later stadium. Daarnaast is bepaald dat eisers de proceskosten van gedaagden dienen te vergoeden, begroot op €1.434,--.

Het vonnis is op 9 maart 2017 in het openbaar uitgesproken door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe. Hiermee is de vordering van de eisers afgewezen en zijn zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de Staat der Nederlanden en de Gemeente Den Haag.

Uitkomst: De vordering tot verlenging van de termijn voor ontvangst van stemdocumenten is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/528217 / KG ZA 17/289

Verkort vonnis in kort geding van 9 maart 2017

in de zaak van

[eiser1] ,

wonende te [plaats] ( [land] ),
en 153 anderen, zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte bijlage,
eisers,
advocaten mrs. W. Knibbeler, A.A.J. Pliego Selie en P.D. van den Berg te Amsterdam,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
de Staat der Nederlanden(Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Buitenlandse Zaken), zetelende te Den Haag,
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Den Haag,
zetelende te Den Haag,
gedaagden,
advocaat mr. J. Bootsma te Den Haag.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 7 maart 2017 wordt spoedshalve een verkort vonnis gewezen. Een uitgewerkt vonnis volgt zo spoedig mogelijk. Er wordt als volgt beslist:
De voorzieningenrechter:
- wijst het gevorderde af;
- veroordeelt eisers om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan gedaagden te betalen, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 1.434,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 618,-- aan griffierecht;
- bepaalt dat eisers bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2017.
ts