ECLI:NL:RBDHA:2017:2279
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak AOW-gat en wachtgeld
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Defensie om het wachtgeld niet door te laten lopen tot de ingangsdatum van zijn AOW-uitkering, waardoor hij een financieel AOW-gat zou ervaren. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij dit AOW-gat niet kan overbruggen met spaargeld of leningen.
De behandeling bij de Centrale Raad van Beroep is gepland op 15 maart 2017, waardoor binnen korte tijd een definitieve uitspraak wordt verwacht. Het vervroegd laten ingaan van het ouderdomspensioen heeft onomkeerbare gevolgen, waardoor de voorzieningenrechter het niet redelijk acht dat verzoeker dit per 1 april 2017 doet.
Gezien de afzienbare termijn waarin duidelijkheid wordt verschaft en de mogelijkheid voor verzoeker om na een ongunstige uitspraak alsnog te beslissen over vervroegd pensioen, ontbreekt het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.