ECLI:NL:RBDHA:2017:2284

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 maart 2017
Publicatiedatum
9 maart 2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 8876
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 AwirArt. 8 AwirArt. 21j AwirArt. 8.1 Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2011
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omzetting Bbz-uitkering in gift en gevolgen voor zorgtoeslag 2015

Eiser kreeg voor 2015 een voorschot zorgtoeslag toegekend, maar na omzetting van een Bbz-lening in een gift stelde verweerder de zorgtoeslag definitief op nihil vast en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Eiser betwistte de juistheid van het toetsingsinkomen waarop deze beslissing was gebaseerd.

De rechtbank overwoog dat het toetsingsinkomen volgens de Awir wordt bepaald op basis van het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de inspecteur voor de inkomstenbelasting. De omzetting van de Bbz-lening in een gift is pas per 1 januari 2017 wettelijk buiten beschouwing gelaten, waardoor dit voor het jaar 2015 niet geldt.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder het bezwaarschrift van eiser ten onrechte niet naar de inspecteur heeft doorgezonden, terwijl dit op grond van de Awir wel had moeten gebeuren. Verweerder is opgedragen dit alsnog te doen. Een proceskostenveroordeling is niet gegeven.

Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de zorgtoeslag 2015 op nihil is ongegrond verklaard en verweerder is opgedragen het bezwaarschrift door te zenden naar de inspecteur.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 16/8876

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van8 maart 2017 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

en

de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [kantoorplaats] , verweerder.

De bestreden beslissing op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 30 september 2016 op het bezwaar van eiser tegen de hierna onder 3 te noemen definitieve beschikking zorgtoeslag voor het berekeningsjaar 2015.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2017.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon] .

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het bezwaarschrift ter behandeling door te sturen naar de inspecteur van de belastingdienst.

Overwegingen

1. Met dagtekening 27 december 2014 is aan eiser voor het berekeningsjaar 2015 een voorschot zorgtoeslag toegekend van € 942.
2. Aan eiser is in 2014 op grond van het Besluit bijstand zelfstandigen 2004 (Bbz) een uitkering betaald in de vorm van een lening. In 2015 is deze lening omgezet in een gift.
3. Met dagtekening 12 augustus 2016 is de zorgtoeslag definitief vastgesteld op nihil. Het te veel uitbetaalde bedrag aan zorgtoeslag is daarbij van eiser teruggevorderd.
4. In geschil is of verweerder de zorgtoeslag terecht op nihil heeft vastgesteld. Meer specifiek in geschil is of verweerder van het juiste toetsingsinkomen is uitgegaan.
5. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) wordt ter bepaling van de draagkracht voor de toepassing van een inkomensafhankelijke regeling het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 8, van de belanghebbende en dat van zijn partner in aanmerking genomen.
6. Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Awir is toetsingsinkomen: het op het berekeningsjaar betrekking hebbende inkomensgegeven.
7. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2010:BO3513 en ECLI:NL:RVS:2013:1512), is verweerder ingevolge artikel 7, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 8, eerste lid, van de Awir, bij de bepaling van de draagkracht gehouden het verzamelinkomen zoals door de inspecteur voor de inkomstenbelasting in de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld, in aanmerking te nemen. Verweerder is bij de bepaling van de draagkracht van eiser dan ook terecht afgegaan op het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen.
8. Met ingang van 1 januari 2017 is aan artikel 8.1 van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2011 als onderdeel toegevoegd de omzettingen ingevolge het Bbz van in de vorm van een renteloze lening verstrekte algemene bijstand in een bedrag om niet. Deze uitkeringen worden hiermee buiten aanmerking gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen. De regeling kent geen terugwerkende kracht en kan eiser voor het onderhavige jaar, te weten het berekeningsjaar 2015, daarom niet baten.
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
10. De rechtbank wijst verweerder erop dat op grond van artikel 21j, tweede lid, van de Awir, een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om wijziging van het besluit van de afnemer, voor zover het gericht is tegen het inkomensgegeven, mede wordt aangemerkt als een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven. Op verweerder rust in die zin in principe een doorzendplicht van bezwaarschriften, zoals die van eiser, naar de inspecteur.
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich ten onrechte kennelijk op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in voornoemde bepaling zodat het bezwaarschrift van eiser alsnog dient te worden doorgezonden naar de inspecteur.
De rechtbank ziet in het bovenstaande aanleiding verweerder op te dragen het bezwaarschrift van eiser alsnog ter beoordeling aan de inspecteur door te zenden.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)