ECLI:NL:RBDHA:2017:2285
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding in intellectuele-eigendomszaak
Putkast B.V. heeft een kort geding aangespannen tegen Custom Built Machinery B.V. wegens vermeende inbreuk op een Nederlands octrooi. De zaak werd op 23 oktober 2015 aanhangig gemaakt, maar Putkast trok de procedure op 10 november 2015 in. CBM verzocht vervolgens om vergoeding van haar proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter hield de zaak aan in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad op 3 juni 2016, waarin werd bevestigd dat de intrekking van het kort geding niet automatisch leidt tot vervallen van de procedure indien de gedaagde tijdig een vordering tot proceskostenvergoeding indient, heeft CBM haar verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Putkast verzocht afwijzing van dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat CBM tijdig binnen de veertien dagen na de oorspronkelijke oproepdatum haar vordering tot proceskostenvergoeding had ingediend. Putkast werd geacht in het ongelijk te zijn gesteld omdat zij het kort geding had ingetrokken nadat CBM haar octrooi nietig had verklaard. De proceskosten van CBM, begroot op € 11.667,42 inclusief griffierecht, werden aan Putkast opgelegd. De veroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat CBM dit niet had verzocht.
Uitkomst: Putkast wordt veroordeeld in de proceskosten van CBM tot een bedrag van € 11.667,42.