ECLI:NL:RBDHA:2017:2479
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing ontslagaanvraag met stimuleringspremie bij Belastingdienst
Verzoeker, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1969, vroeg aanvankelijk ontslag aan per 1 april 2016, dat later werd ingetrokken. Vervolgens vroeg hij opnieuw ontslag aan met toekenning van een stimuleringspremie, welke aanvraag door verweerder werd afgewezen omdat verzoeker volgens verweerder geen stimulans nodig had om te vertrekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het eerdere ontslagverzoek en het daaropvolgende intrekkingsbesluit rechtsgeldig zijn en dat de situatie van verzoeker niet vergelijkbaar is met eerdere uitspraken waar verweerder zich op baseerde. De stimuleringspremie was voor verzoeker wel degelijk een stimulans om opnieuw ontslag aan te vragen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot nieuw besluit binnen zes weken.