ECLI:NL:RBDHA:2017:2525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag scootmobiel op grond van Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Eiser heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag ingediend voor een scootmobiel in de vorm van een persoonsgebonden budget op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Deze aanvraag werd op 25 januari 2016 afgewezen, waarna ook het bezwaar van eiser op 30 juni 2016 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank heeft het onderzoek van de medewerker van de MO zaak, die een huisbezoek aflegde en op 20 januari 2016 adviseerde de aanvraag af te wijzen, als zorgvuldig beoordeeld. Uit het onderzoek bleek dat eiser zijn beperkingen grotendeels kan compenseren met gebruikelijke hulpmiddelen zoals een rollator of elektrische fiets, en dat hij korte afstanden met een kruk kan afleggen. Eiser stelde dat hij medische beperkingen heeft die niet voldoende zijn meegewogen, maar gaf geen medische onderbouwing die het advies van de MO zaak ondermijnt.
De rechtbank overweegt dat het gemeentebestuur beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de Wmo 2015 en dat maatwerkvoorzieningen alleen toegekend hoeven te worden als zij een passende bijdrage leveren aan zelfredzaamheid en participatie. Gezien het onderzoek en de omstandigheden heeft het college terecht de aanvraag afgewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een scootmobiel wordt ongegrond verklaard.