Eiseres verzocht om bij de vaststelling van haar aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar vader vanwege een verstoorde relatie. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de verstoorde relatie niet zodanig ernstig en structureel is dat loskoppeling gerechtvaardigd is. De overgelegde verklaring van een praktijkondersteuner en het ontbreken van een deskundigenverklaring over eventuele mishandelingen zijn onvoldoende om te voldoen aan de criteria uit de Wet studiefinanciering 2000 en het Besluit studiefinanciering 2000.
Daarnaast is gebleken dat de vader niet onvindbaar is, mede door zijn betrokkenheid bij een alimentatieprocedure. De rechtbank concludeert dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.