ECLI:NL:RBDHA:2017:2630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van minderjarige jongeman met schadevergoeding
Een jongeman van vermoedelijk minderjarige leeftijd werd op 25 januari 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De inschatting van de leeftijd was gebaseerd op uiterlijke kenmerken en gedrag, waarbij werd aangenomen dat hij ongeveer 19 jaar oud was. De jongeman had echter een strafrechtelijke veroordeling onder de kinderrechter en stond onder toezicht van de jeugdreclassering en een voogdijinstelling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de mogelijkheid dat de jongeman minderjarig was. De memo en het proces-verbaal waarop de leeftijdsinschatting was gebaseerd, waren onvoldoende onderbouwd en er was geen medisch onderzoek verricht. Hierdoor was de maatregel van bewaring niet goed gemotiveerd en in strijd met het motiveringsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, bepaalde dat de bewaring onmiddellijk moest worden opgeheven en kende een schadevergoeding toe van €1.145 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van €990 aan de zijde van de jongeman aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring en kent een schadevergoeding van €1.145 toe.