ECLI:NL:RBDHA:2017:2649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiseres, afkomstig uit Congo, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat zij slachtoffer was van mishandeling en verkrachting door militairen vanwege haar zoon die lid was van een oppositiepartij. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig werden geacht, mede op basis van een Angolees paspoort met Portugees visum dat afweek van haar opgegeven gegevens.
Eiseres ontkende aanvankelijk het bezit van het paspoort en visum, maar erkende later dat zij met dat paspoort naar Portugal was gereisd. De rechtbank oordeelde dat deze essentiële wijziging in haar verhaal niet in de zienswijze kon plaatsvinden en dat verweerder terecht het paspoort als authentiek beschouwde. Eiseres slaagde er niet in haar Congolese nationaliteit aannemelijk te maken en haar asielrelaas werd daarmee ongeloofwaardig.
De rechtbank verwierp ook het beroep op medische kwetsbaarheid en het ontbreken van bewijsnood. De aanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit.