ECLI:NL:RBDHA:2017:270

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2017
Publicatiedatum
12 januari 2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 29966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens ontbrekende machtiging

Eiser diende op 21 december 2016 beroep in tegen het besluit van 21 december 2016 van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag van 10 oktober 2016 niet in behandeling te nemen. Tijdens de zitting op 10 januari 2017 was eiser niet aanwezig en zijn gemachtigde verscheen niet.

Uit het dossier bleek dat eiser op of omstreeks 11 november 2016 met onbekende bestemming was vertrokken, hetgeen niet werd weersproken. De advocaat van eiser had aangegeven dat zij voor het laatst contact had op 11 november 2016 en dat eiser toen wilde dat zijn asielaanvraag in Nederland werd behandeld, maar zij was niet specifiek gemachtigd om het beroep in te stellen.

De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de gemachtigde niet specifiek bevoegd was het beroep in te stellen en omdat eiser door zijn vertrek geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in behandeling neming van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 16/29966

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer]

(gemachtigde: mr. R.M. Tjong Kim Sang,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.J. Hakvoort).

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser van 10 oktober 2016 niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 21 december 2016 beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2017. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken en mr. R.M. Tjong Kim Sang is met kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Uit het dossier blijkt dat eiser op of omstreeks 11 november 2016 met onbekende bestemming vertrokken. Dit is door de gemachtigde van eiser niet weersproken. Het voornemen is gedateerd op 16 november 2016 en het bestreden besluit is gedateerd op 21 december 2016.
Mr. R.M. Tjong Kim Sang heeft op 6 januari 2017 tijdens een telefoongesprek met de griffier desgevraagd aangegeven dat zij op 11 november 2016 voor het laatst contact heeft gehad met eiser en hij toen heeft gezegd dat hij wil dat zijn asielaanvraag in Nederland behandeld wordt. Hierna heeft zij eiser niet meer gesproken. De rechtbank overweegt dat uit deze algemene mededeling van eiser, anders dan de advocaat meent, niet volgt dat mr. R.M. Tjong Kim Sang bepaaldelijk gevolmachtigd was om beroep in te stellen tegen het nadien genomen bestreden besluit. Het beroep is reeds daarom niet-ontvankelijk.
2. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat eiser sinds 11 november 2016 – nu hij met onbekende bestemming is vertrokken – kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser ook geen rechtens te honoreren belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is ook in dit opzicht niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk
.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Dam, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.
Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag (nadere informatie: www.raadvanstate.nl).