ECLI:NL:RBDHA:2017:2709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende individualisering
Eiser, een Afghaanse Hazara, diende op 30 december 2015 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische afkomst en een problematische relatie met een Pashtun-vrouw bedreigd werd en daarom bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af omdat het relaas van eiser ongeloofwaardig werd geacht en hij niet voldeed aan het individualiseringsvereiste.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende details kon geven over zijn relatie en de bedreigingen, ondanks zijn lange contact met de vrouw en haar familie. Dit maakte het relaas ongeloofwaardig. Daarnaast kon eiser niet aannemelijk maken dat hij persoonlijk risico liep vanwege zijn Hazara-afkomst, ondanks het gewijzigde beleid dat bijzondere aandacht schenkt aan kwetsbare minderheden.
De rechtbank verwees naar het ambtsbericht van 15 november 2016 en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaruit bleek dat de situatie van Hazara's in Afghanistan niet zodanig is dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en niet voldoen aan het individualiseringsvereiste.